Het boek beschrijft de beproevingen, tegenslagen, tragedies en triomfen van een immigrantenfamilie over drie generaties heen. Maria en Jose, de eerste generatie, komen in de jaren ’30 naar Los Angeles, leren elkaar kennen, trouwen en worden geconfronteerd met uitzetting. Ze stichten een gezin in East L.A., en hun kinderen Chucho, Paco, Memo, Irene, Toni en Jimmy krijgen in de jaren ’50 te maken met de jeugdcultuur en de politie van L.A. Naarmate de tweede generatie in de jaren '60 volwassen wordt, verschuift de aandacht naar Jimmy, zijn huwelijk met Isabel (een Salvadoraanse vluchtelinge), hun zoon en Jimmy's ontwikkeling tot een verantwoordelijke ouder.